HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:942
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Nationaliteitsrecht en IPR. Verkrijging van rechtswege van Nederlanderschap door kind uit polygaam huwelijk (art. 3 lid 1 RWN)? Erkenning van buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit waarbij familierechtelijke betrekking is vastgesteld (Marokkaanse geboorteakte) (art. 10:101 BW in verbinding met art. 10:100 BW), indien ten tijde van de geboorte sprake was van polygaam huwelijk (art. 10:32 BW). Betekenis van voorvraag (art. 10:4 en 10:33 BW) en fait accompli-exceptie (art. 10:9 BW); betekenis van art. 3 IVRK. Tijdstip met ingang waarvan erkenning rechtsgevolg heeft indien naderhand polygame karakter aan het huwelijk ontvalt. Betekenis van beginsel van niet-terugwerkende kracht van verkrijging van Nederlanderschap (art. 2 lid 1 RWN). Mogelijkheid van erkenning of gerechtelijke vaststelling ouderschap met oog op verkrijging Nederlanderschap (art. 4 leden 1, 2 en 4 RWN).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 392 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 393 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:203 BW1
- Artikel 1:204 BW1
- Artikel 1:207 BW1
- Artikel 1 RWN
- Artikel 2 RWN
- Artikel 3 RWN
- Artikel 4 RWN
- Artikel 17 RWN
- Artikel 10:4 BW10
- Artikel 10:9 BW10
- Artikel 10:31 BW10
- Artikel 10:32 BW10
- Artikel 10:95 BW10
- Artikel 10:97 BW10
- Artikel 10:100 BW10
- Artikel 10:101 BW10
- Artikel 10:102 BW10
- Artikel 3 Europees Verdrag inzake nationaliteit