Art. 1:211 BW, Inroeping of betwisting van staat
Burgerlijk Wetboek Boek 1 (BW1)
1. Een verzoek tot gegrondverklaring van de inroeping van staat kan worden ingediend:
a. door het kind zelf;
b. door de erfgenamen van het kind, indien het kind gedurende zijn minderjarigheid of binnen drie jaren nadien is overleden.
2. Indien het kind een verzoek als bedoeld in het eerste lid had ingediend, kunnen zijn erfgenamen de procedure voortzetten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:960
- Conclusie A-G Langemeijer 12 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ0291
- Rb. 's-Gravenhage 2 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BL0598
- Rb. 's-Gravenhage 10 september 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3282
- Rb. Den Haag 17 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10481
- Rb. Den Haag 4 oktober 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:11885
- Rb. Amsterdam 2 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6362
- Hof Leeuwarden 15 maart 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BW1960