Rb. Den Haag 4 oktober 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:11885

Vader had Nederlandse nationaliteit door optie kunnen verkrijgen op grondslag van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i van de RWN (aangezien hij vóór 1 januari 1985 is geboren uit een moeder die ten tijde van zijn geboorte Nederlander was terwijl de vader ten tijde van de geboorte niet-Nederlander was). Aan de voorwaarden voor erkenning van artikel 6, aanhef en onder k, l en m RWN is echter niet voldaan. Niet kan worden volstaan met een enkel procedurele toetsing van gelegaliseerde geboorteakten. Geen behoorlijk onderzoek. Erkenning onverenigbaar met de Nederlandse rechtsorde omdat een erkenning nietig is als zij is gedaan terwijl er (al) twee ouders zijn. Artikelen 10:100 aanhef en onder b en c BW en artikel 1:204, eerste lid, aanhef en onder e BW. Bezit van staat dient door de civiele rechter te worden beoordeeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken