ABRvS 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:441
Bij besluit van 31 juli 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om afgifte van een Nederlands paspoort voor [persoon A], niet in behandeling genomen. [persoon A] is geboren op [geboortedatum] 2002. Toen hij werd geboren, was zijn moeder gehuwd met [persoon B]. Zijn moeder en [persoon B] bezitten niet de Nederlandse nationaliteit. [appellant] heeft wel de Nederlandse nationaliteit. Hij stelt dat hij [persoon A] in de Dominicaanse Republiek heeft erkend. Ter staving hiervan heeft hij een kopie van een met de hand ingevulde geboorteakte van [persoon A] van 4 december 2002 overgelegd (hierna: de geboorteakte), waarin staat dat [appellant] zijn vader is. Volgens [appellant] heeft [persoon A] door de erkenning de Nederlandse nationaliteit verkregen. Volgens de minister bezit [persoon A] niet de Nederlandse nationaliteit. Om die reden heeft hij de aanvraag om afgifte van een paspoort voor [persoon A] niet in behandeling genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl