Rb. Rotterdam 30 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5130
Intrekking door de AFM van een vergunning voor het beheren en aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen met afwikkeltermijn die meermaals is verlengd. Het betreft een groot aantal overtredingen die rechtstreeks raken aan de beheerste en integere bedrijfsvoering. Daar komt bij dat een aantal van deze gebreken zich meermaals hebben voorgedaan gedurende een langere periode. Omdat de beheerder geen adequaat beleid voert dat een integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt, waardoor zij niet (meer) voldoet aan de bij of krachtens de Wft, de Wwft en Sanctiewet 1977 gestelde regels, kan de vergunning worden ingetrokken. De rechtbank komt niet meer toe aan de beoordeling van de deskundigheid en betrouwbaarheid van de beleidsbepaler door de AFM. De intrekking van de vergunning acht de rechtbank geschikt, noodzakelijk en evenwichtig.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10b Sanctiewet 1977
- Artikel 26.1 BPR
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 5:13 Awb
- Artikel 5:20 Awb
- Artikel 5:41 Awb
- Artikel 6:16 Awb
- Artikel 6:19 Awb
- Artikel 8:58 Awb
- Artikel 2 Regeling toezicht Sanctiewet 1977
- Artikel 1:1 Wft
- Artikel 1:12 Wft
- Artikel 1:25 Wft
- Artikel 1:74 Wft
- Artikel 2:65 Wft
- Artikel 2:66a Wft
- Artikel 3:17 Wft
- Artikel 3:57 Wft
- Artikel 4:1 Wft
- Artikel 4:9 Wft