Rb. Rotterdam 21 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9004
Veelprocedeerder. Misbruik van recht. Omdat gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb tegen een verzetuitspraak geen hoger beroep openstaat, zoals de Centrale Raad van Beroep eerder heeft overwogen in een door eiser ingesteld hoger beroep tegen een verzetuitspraak van de rechtbank (ECLI:NL:CRVB:2020:2280), ziet de rechtbank geen aanleiding om het stuk van eiser van 18 februari 2021 naar de Raad door te sturen als hoger beroepschrift. De rechtbank zal het daarom aanmerken als een verzoek om herziening in de zin van artikel 8:119 van de Awb. Voorshands is duidelijk dat wat eiser heeft aangevoerd geen nieuwe feiten oplevert als bedoeld in die bepaling. Ook hier zijn voldoende aanknopingspunten om uit te gaan van kwade trouw, nu eiser gelet op zijn eerdere procedeergedrag en de uitspraken die de rechter inmiddels heeft gedaan op eerdere veelvuldige herzieningsverzoeken van eiser, had kunnen en moeten weten dat sprake is van een kansloos verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 9 februari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:263
- Rb. Rotterdam 4 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:620
- CRvB 18 september 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2280
- Rb. Rotterdam 13 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6079
- Rb. Rotterdam 1 mei 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:3876
- Rb. Rotterdam 17 mei 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4060
- ABRvS 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3553
- Rb. Rotterdam 23 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3900
- CRvB 24 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1553
- CRvB 19 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3978
- ABRvS 12 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2730