CRvB 18 september 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2280
Op 14 augustus 2020 heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. In de aangevallen uitspraak is ook vermeld dat daartegen geen rechtsmiddel kan worden ingesteld. De Raad is kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Gelet daarop en op het bepaalde in artikel 8:81, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Awb bestaat geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening, zodat het verzoek daartoe niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl