Rb. Rotterdam 23 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3900
Voor zover het beroep van eiser dient te worden opgevat als een beroep tegen het besluit van 5 december 2006, verklaart de rechtbank zich kennelijk onbevoegd, omdat de rechtbank reeds bij uitspraak van 31 juli 2007 (zaaknummer WAO 06/4830-VERW) op het beroep van eiser tegen het besluit van 5 december 2006 heeft beslist. Eiser heeft tegen deze uitspraak geen hoger beroep ingesteld. Deze uitspraak is daarmee onherroepelijk geworden. Voor zover het beroep van eiser dient te worden opgevat als een verzoek om herziening van de uitspraak van 31 juli 2007 op grond van artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, omdat het verzoek onredelijk laat is ingediend. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Hoge Raad van 20 februari 2015 (ECLI:NL:HR:2015:357).
De uitspraak op rechtspraak.nl