Rb. Den Haag 5 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:33
Opheffing bewaring - Eiser is in Nederland geboren, heeft de Marokkaanse nationaliteit en is thans 35 jaar. Voorafgaand aan de oplegging van de maatregel is eiser nagenoeg twee maanden strafrechtelijk gedetineerd geweest. De rechtbank komt tot de conclusie dat in deze procedure de zogenoemde inspanningsplicht is geschonden en er geen ruimte is voor een belangenafweging omdat verweerder met het aanvragen van een LP heeft gewacht totdat de maatregel is opgelegd. Het beoordelingskader hiervoor is niet ‘de Vc’, maar het Unierecht. De rechtbank is het niet eens met de uitgangspunten in de Afdelingsjurisprudentie dat het verwijderen van een illegale vreemdeling een bevoegdheid is en dat tijdens een voorafgaande strafrechtelijke detentie slechts ‘inspanningen’ hoeven te worden verricht en dat bij een schending van deze plicht altijd een belangenafweging moet worden verricht. Het verwijderen van een illegaal verblijvende vreemdeling is namelijk een Unierechtelijke verplichting die bovendien spoedig na het ontstaan van de terugkeerverplichting dient te worden uitgevoerd. Dat een maatregel onrechtmatig is als niet voortvarend tijdens de tenuitvoerlegging van de maatregel wordt gehandeld, betekent niet dat voorafgaand aan de maatregel geen of minder vertrekhandelingen zijn vereist. De bewaring moet zo kort mogelijk duren, dit is een algemeen vereiste en betekent niet dat verweerder alleen gedurende de bewaringsmaatregel voortvarend aan de verwijdering moet werken. Gelet op de proceshouding van eiser is het verkrijgen van een LP noodzakelijk om eiser te kunnen verwijderen. Verweerder heeft de LP niet na het ontstaan van de terugkeerverplichting aangevraagd, maar heeft hiermee gewacht totdat de maatregel is opgelegd, terwijl eiser 24/7 beschikbaar was gedurende de strafrechtelijke detentie. Er is geen sprake van feiten en omstandigheden die in de weg hebben gestaan aan het kunnen verzoeken om afgifte van een LP. Het niet bekend zijn van een einddatum van de strafrechtelijke detentie en de mogelijkheid dat na het einde van de strafrechtelijke detentie geen maatregel wordt opgelegd, zijn geen redenen om geen LP aan te vragen. Ook in deze gevallen ontslaat dit verweerder immers niet van zijn verplichting om eiser te verwijderen. Indien verweerder vanaf het moment dat hij verplicht is om de vreemdeling te verwijderen, niet aan zijn Unierechtelijke verplichting om de verwijdering voortvarend ter hand te nemen voldoet, betekent dit niet dat dit zonder meer aan het opleggen en handhaven van de maatregel in de weg staat en betekent dit ook niet dat de vreemdeling nimmer meer in bewaring kan worden gesteld om het eerder vastgestelde terugkeerbesluit te effectueren. Verweerder zal wel moeten motiveren waarom het proportioneel is om een maatregel op te leggen als er sprake is van tijdsverloop tussen het ontstaan van de terugkeerverplichting en het opleggen van de maatregel en hij in die periode geen of weinig vertrekhandelingen heeft verricht. Verweerder is hierin niet geslaagd. Voor zover verweerder ter zitting heeft aangegeven dat moet worden voorkomen dat de LP wordt afgegeven voor de einddatum van de strafrechtelijke detentie, volgt de rechtbank dit ook niet. Eiser heeft terecht gewezen op de mogelijkheid om om strafonderbreking te verzoeken. Beroep gegrond – opheffing & invrijheidstelling & SV & PKV.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 2 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29
- ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5547
- ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5548
- ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2131
- ABRvS 10 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2631
- ABRvS 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1322
- ABRvS 17 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:764
- ABRvS 29 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3663
- ABRvS 8 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI1541
- ABRvS 23 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH1548
- ABRvS 22 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG9516
- ABRvS 22 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG9518
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:9
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2022:858
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:868
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2025:647