Rb. Den Haag 2 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29
Opheffing bewaring Marokko – eiser verblijft thans 42 jaar in Nederland – op 28 mei 2014 is zijn verblijfsrecht ingetrokken en is een terugkeerverplichting voor eiser en voor verweerder ontstaan – eiser is recent ook in bewaring gehouden, deze maatregel heeft verweerder na 5,5 uit eigen beweging opgeheven – kort daarna heeft verweerder de eerder gevraagde LP verkregen die een geldigheidsduur van 2 maanden had – verweerder heeft eiser niet verwijderd terwijl dit eenvoudig had gekund gelet op de LP en de BRP-inschrijving van eiser – verweerder geen vertrekhandelingen meer gevoerd totdat eiser vanuit de strafrechtketen aan verweerder wordt overgedragen – in het arrest TQ heeft het Hof verduidelijkt dat de lidstaten zo spoedig mogelijk moeten overgaan tot het uitvoeren van terugkeerbesluiten, verweerder heeft in strijd met deze Unierechtelijke verplichting gehandeld door een afwachtende houding aan te nemen en de terugkeerprocedure pas weer ter hand te nemen nadat eiser ‘toevallig’ in beeld kwam. Deze handelwijze van verweerder betekent niet dat een hernieuwde inbewaringstelling absoluut verboden is, maar betekent wel dat verweerder zeer goed zal moeten motiveren waarom het opleggen van de maatregel op dit moment noodzakelijk, proportioneel en evenredig is. Verweerder is hierin niet geslaagd. De Afdelingsjurisprudentie waaruit volgt dat een feitelijk juiste zware grond in alle procedures en ten aanzien van elke vreemdeling een onttrekkingsrisico onderbouwt is in de onderhavige procedure niet onverkort van toepassing. Verweerder weet dat eiser illegaal in NL verblijft want verweerder heeft de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken en geen nieuwe vergunning verleend – verweerder heeft het opleggen van een meldplicht kennelijk niet nodig geacht om een onttrekkingsrisico te voorkomen en verweerder heeft het kennelijk niet nodig geacht om te controleren of eiser daadwerkelijk woont en verblijft op het in de BRP-geregistreerde adres – niet valt in te zien dat het vertrekgesprek dat nu heeft plaatsgevonden alleen in het DTC kon worden gevoerd en niet valt in te zien waarom het aanvragen van een nieuwe LP en het overhandigen van de verlopen en niet gebruikte LP aan het Marokkaanse consulaat de aanwezigheid van eiser in het DTC vereist – verweerder heeft de eerdere maatregel bovendien uit eigen beweging opgeheven omdat eiser de terugkeer vanuit bewaring niet kon bespoedigen en omdat er nog geen LP was verstrekt. In de maatregel is onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat het belang van de openbare orde de maatregel vordert en is onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat niet kon worden volstaan met een lichter middel ondanks dat evident is dat eiser nimmer uit eigen beweging zal terugkeren naar Marokko. Opheffing & invrijheidstelling & SV & (geïndexeerde) PKV – beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl