ABRvS 22 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG9518

Vreemdelingenbewaring / strafrechtelijke detentie / niet gehandeld volgens VRIS-protocol / belangenafweging Ter zitting van de Afdeling heeft de staatssecretaris aangegeven dat in het onderhavige geval niet in overeenstemming met de in het VRIS-protocol neergelegde werkafspraken is gehandeld, nu de vreemdeling eerst twee dagen voor de datum van de expiratie van de strafrechtelijke detentie is aangemeld bij de VRIS-afdeling van de DT&V en dat, indien dat wel was gebeurd, de inbewaringstelling van de vreemdeling, die in het bezit was van een geldig paspoort, mogelijk had kunnen worden voorkomen. Door hieraan in de voorliggende belangenafweging doorslaggevende betekenis toe te kennen, heeft de rechtbank onvoldoende betekenis gehecht aan het door de vreemdeling gepleegde misdrijf. Daar komt bij dat niet is aangetoond dat de vreemdeling in verband met de op haar rustende vertrekplicht ingevolge artikel 61 van de Vw 2000, ondanks de beschikbaarheid van een geldig paspoort, gedurende haar strafrechtelijke 200808096/1 4 22 december 2008 detentie pogingen heeft ondernomen om aan de voorwaarden van artikel 59, derde lid, van de Vw 2000 te voldoen door haar vertrek aansluitend aan de expiratie van haar strafrechtelijke detentie te bewerkstelligen. Nu voorts niet in geschil is dat de gronden voor de inbewaringstelling aanwezig waren, is de rechtbank ten onrechte tot de conclusie gekomen dat de met de bewaring gediende belangen niet in een redelijke verhouding staan tot de daardoor geschonden belangen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen