ABRvS 22 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG9516
Vreemdelingenbewaring / strafrechtelijke detentie / schending inspanningsverplichting / beoordeling voortvarendheid Nu ter zake van de schending van voormelde inspanningsverplichting is vastgesteld dat dit gebrek, gelet op de betrokken belangen, niet tot onrechtmatigheid van de aansluitend aan de strafrechtelijke detentie opgelegde vreemdelingrechtelijke bewaring leidt, kan aan het uitblijven van handelingen ter voorbereiding van de uitzetting tijdens de strafrechtelijke detentie, anders dan de rechtbank heeft overwogen, geen zelfstandige betekenis worden gehecht bij de beoordeling van de voortvarendheid tijdens de vreemdelingrechtelijke bewaring. Hierbij is tevens van belang dat eerst met het opleggen van een maatregel krachtens artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000 sprake is van detentie in verband waarmee, gelet op artikel 5, eerste lid, aanhef en onder f, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de staatssecretaris, ter voorkoming dat deze vrijheidsontneming onredelijk lang voortduurt, gehouden is voldoende voortvarendheid te betrachten met handelingen ter voorbereiding van de uitzetting.
De uitspraak op rechtspraak.nl