Conclusie A-G Sinnige 17 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:250

Vordering cassatie in het belang der wet. Kunnen de voorwaarden bij een voorwaardelijke PIJ-maatregel (art. 77s jo. art. 77x jo. art. 77z Sr) en het daarop uit te oefenen toezicht (art. 77aa Sr) dadelijk uitvoerbaar worden verklaard op grond van art. 77za Sr? De AG meent dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. De tekst van art. 77za Sr in verbinding met art. 77z Sr en art. 77x Sr is daarover duidelijk en een dergelijke lezing van art. 77za Sr past ook goed bij de bedoeling van de wetgever. De omstandigheid dat in de wetsgeschiedenis bij art. 77za Sr niet expliciet is stilgestaan bij de dadelijke uitvoerbaarheid van een voorwaardelijke PIJ-maatregel doet daaraan niet af. De rechtbank heeft dit alles volgens de AG niet miskend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken