HR 9 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:637
Belaging, meermalen gepleegd (art. 285b.1 Sr). 1. Duur van vrijheidsbeperkende maatregel en daaraan verbonden vervangende hechtenis. 2. HR maakt opmerkingen over gevallen waarin verdachte (al) vóór uitspraak in hoger beroep is onderworpen aan vrijheidsbeperkende maatregel die in eerste aanleg is opgelegd en daarbij dadelijk uitvoerbaar is verklaard. Ad 1. O.g.v. art. 38v.3 Sr kan rechter aan verdachte voor periode van ten hoogste vijf jaren vrijheidsbeperkende maatregel opleggen waaraan in art. 38v.2 Sr genoemde verplichtingen worden verbonden. Zowel in e.a. als in h.b. kan rechter daarbij o.g.v. art. 38v.4 Sr bevelen dat maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat hof in h.b. vrijheidsbeperkende maatregel oplegt, nadat Rb in e.a. ook al vrijheidsbeperkende maatregel had opgelegd die dadelijk uitvoerbaar is verklaard. In dat geval moet bij berekening van totale duur van maatregel periode worden meegerekend waarin verdachte was onderworpen aan in e.a. opgelegde maatregel die dadelijk uitvoerbaar is verklaard. Termijn van maatregel vangt aan op ogenblik waarop in e.a. gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ingaat, te weten op dag van einduitspraak in e.a.. Voorgaande geldt ook als verplichtingen die in h.b. zijn verbonden aan maatregel (in belangrijke mate) afwijken van in e.a. opgelegde verplichtingen. Bij oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel bepaalt rechter overeenkomstig art. 38w.2 Sr duur van vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan maatregel wordt voldaan. O.g.v. art. 38w.3 Sr geldt van rechtswege dat totale duur van ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt (vgl. HR:2021:841). Termijn van zes maanden omvat periode waarin verdachte vervangende hechtenis heeft ondergaan i.v.m. een in e.a. opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel die dadelijk uitvoerbaar is verklaard. Daarbij geldt dat in executiefase moet worden bepaald welk deel van die zes maanden vervangende hechtenis al ten uitvoer is gelegd en welk deel daarvan nog resteert. Dictum van arrest van hof moet zo worden begrepen dat hof heeft bepaald dat duur van vrijheidsbeperkende maatregel in totaal vijf jaren is, en dat duur van ten uitvoer te leggen vervangende hechtenis in totaal zes maanden is, te berekenen op hiervoor weergegeven wijze. Ad 2. Hoewel geen rechtsregel rechter daartoe verplicht, heeft het ter voorkoming van onduidelijkheden bij tul voorkeur dat hof (als het maatregel opnieuw oplegt) in dictum van arrest beveelt dat tijd die verdachte vóór tul van arrest onderworpen is geweest aan dadelijk uitvoerbaar verklaarde maatregel bij uitvoering van opgelegde maatregel in mindering zal worden gebracht. Redelijke wetsuitleg brengt mee dat door hof gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van door hof opgelegde maatregel van rechtswege in plaats treedt van door Rb dadelijk uitvoerbaar verklaarde maatregel. Het verdient in dat geval echter voorkeur dat hof door Rb gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid o.g.v. art. 6:6:6 Sv opheft ter voorkoming van onduidelijkheden bij tul. Dit is i.h.b. van belang als in h.b. andere verplichtingen aan de maatregel worden verbonden dan in e.a. of als hof eerder door Rb gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid o.g.v. art. 6:6:6 Sv heeft geschorst. Hof heft door Rb gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid in ieder geval op als het niet tot oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel komt dan wel het niet dadelijke uitvoerbaarheid beveelt van door hof opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel. Als hof tot opheffing van bevel van Rb overgaat, heeft die beslissing onmiddellijke werking (vgl. HR:2022:1319). Wat hiervoor onder is overwogen, geldt ook als o.g.v. art. 77h.4.f Sr vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd aan jeugdige of jongvolwassene, zij het dat dan geen vervangende hechtenis, maar vervangende jeugddetentie kan worden toegepast als niet aan maatregel is voldaan. Uit wetsgeschiedenis blijkt dat het bedoeling van wetgever is geweest dat in die gevallen bij formuleren van maatregel en bij vaststellen van maximale duur van vervangende jeugddetentie rekening wordt gehouden met jeugdige leeftijd van verdachte. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl