Rb. Midden-Nederland 10 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5349
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder diefstal, diefstal met geweld, (poging tot) afpersing en mishandeling. De rechtbank ziet in de persoonlijkheid van verdachte aanleiding het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechtbank concludeert dat de bewezenverklaarde feiten verminderd aan verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank legt verdachte een jeugddetentie op voor de duur van 209 dagen, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke PIJ-maatregel met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank beveelt dat de gestelde (bijzondere) voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. De vorderingen van de benadeelde partijen worden (gedeeltelijk) toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl