Conclusie A-G van Kempen 3 februari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:25

Conclusie AG. Betekeningperikelen en aanwezigheidsrecht. Middel klaagt dat ’s hofs oordeel dat dagvaarding ttz h.b. rechtsgeldig is betekend onbegrijpelijk is, omdat niet is geprobeerd te betekenen aan op appelakte vermelde adres dat door de verdachte als domicilie is gekozen, terwijl dit adres moet worden aangemerkt als verdachtes feitelijke woon- of verblijfplaats. Middel faalt omdat het op appelakte vermelde adres het kantooradres is van de raadsvrouw van de verdachte en een dergelijk adres niet is aan te merken als feitelijke woon- of verblijfplaats (HR 12 februari, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, r.o. 3.23). De in HR 12 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1701 geformuleerde aanvullende verplichting om een afschrift van de dagvaarding in h.b. naar het in akte rechtsmiddel vermelde kantooradres van de raadsvrouw te verzenden, is in de onderhavige zaak niet van toepassing, omdat ervan kan worden uitgegaan dat de raadsvrouw de datum van de terechtzitting uit het afschrift van de dagvaarding heeft kunnen vernemen en gelijktijdige toezending van een tweede afschrift op het kantooradres niet van meerwaarde is. Immers, de raadsvrouw was ttz aanwezig, terwijl niet is gebleken van feiten of omstandigheden die impliceren dat de raadsvrouw het afschrift van de dagvaarding niet daadwerkelijk heeft ontvangen en er overigens ook in cassatie niet over is geklaagd dat art. 48 tweede volzin Sv zou zijn geschonden. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken