Art. 36g Sv, Kennisgeving van gerechtelijke mededelingen
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. In de volgende gevallen wordt een afschrift van de dagvaarding of oproeping van de verdachte om op de terechtzitting of nadere terechtzitting te verschijnen toegezonden aan het laatste door de verdachte opgegeven adres:
a. indien de verdachte bij zijn eerste verhoor in de desbetreffende strafzaak aan de verhorende ambtenaar een adres in Nederland heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden;
b. indien de verdachte bij het begin van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg een adres in Nederland heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden;
c. indien door of namens de verdachte bij het instellen van een gewoon rechtsmiddel in de betrokken zaak een adres in Nederland is opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.
2. De verdachte kan het adres, bedoeld in het eerste lid, wijzigen.
3. Verzending van een afschrift als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven indien:
a. het opgegeven adres gelijk is aan het adres waaraan de dagvaarding of oproeping ingevolge artikel 36e wordt uitgereikt;
b. de verdachte, nadat hij bij een eerdere gelegenheid als bedoeld in het eerste lid een adres heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden, bij een volgende gelegenheid uitdrukkelijk te kennen geeft dit adres niet te willen handhaven;
c. de geadresseerde nadat hij een adres als bedoeld in het eerste lid heeft opgegeven, het adres waar hij als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen wijzigt;
d. de dagvaarding of oproeping inmiddels aan de verdachte in persoon is betekend.
4. Bij de verzending, bedoeld in het eerste lid, wordt de voor de dagvaarding of oproeping geldende termijn in acht genomen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 12 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1701
- HR 1 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:506
- HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1506
- Conclusie A-G Keulen 5 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:670
- HR 16 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1821
- HR 8 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1397
- HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:66
- HR 13 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1856
- Conclusie A-G van Kempen 3 februari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:25
- Conclusie A-G Frielink 30 augustus 2022, ECLI:NL:PHR:2022:777
- Conclusie A-G Harteveld 29 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1255
- HR 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1163
- Conclusie A-G Keulen 23 juni 2026, ECLI:NL:PHR:2026:902
- Conclusie A-G van Wees 7 juli 2026, ECLI:NL:PHR:2026:660
- Conclusie A-G van Kempen 12 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:454
- Conclusie A-G van Kempen 12 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:453
- Conclusie A-G Sinnige 13 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:44
- Conclusie A-G van Wees 14 april 2026, ECLI:NL:PHR:2026:390
- Conclusie A-G van Wees 15 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:796
- Conclusie A-G Harteveld 24 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:758