Conclusie A-G Hofstee 18 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:436

Conclusie AG. Vergismoord in een ondergrondse parkeergarage in Amsterdam door secondenlang met twee semi automatische vuurwapens op de auto van slachtoffer(s) te schieten. Veroordeling wegens (onder meer) medeplegen van moord en poging tot moord, meermalen gepleegd, en medeplegen van opzetheling van twee vluchtauto’s. Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte één van de twee schutters was. Twee middelen van de verdachte: 1. drie deelklachten over de bewezenverklaringen van deze feiten; 2. klacht over het gebruik van de verklaring van een bedreigde getuige voor het bewijs. De AG meent dat beide middelen van de verdachte falen. Daarnaast zijn twee middelen namens de benadeelde partijen (de ouders van het dodelijk getroffen slachtoffer) voorgesteld. Het eerste middel richt zich tegen ’s hofs oordeel over de gestelde shockschade. Het tweede middel klaagt dat het hof ten onrechte de vorderingen van de benadeelde partijen tot vergoeding van de immateriële schade o.g.v. art. 6:106 onderdeel b BW heeft afgewezen. Deze beide middelen slagen volgens de AG. De AG merkt ambtshalve op dat het hof de duur van de gijzelingen heeft bepaald op in totaal 365 dagen i.p.v. 360 dagen. De AG adviseert de Hoge Raad de bestreden uitspraak te vernietigen, maar uitsluitend wat betreft de gijzelingen die zijn verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen en de beslissingen m.b.t. de vorderingen van immateriële schade, en het cassatieberoep verder te verwerpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken