Conclusie A-G Keulen 29 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:821

Belaging, art. 285b Sr, en bedreiging, art. 285 Sr. Post-Keskin. Afwijzen getuigen. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576, waarbij is ingegaan op de beoordeling van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen door de feitenrechter in de situatie dat zo’n verzoek betrekking heeft op een getuige t.a.v. wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al - in het vooronderzoek of anderszins - een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. I.c. is het oordeel van het hof niet z.m. begrijpelijk, omdat aan het verzoek ten grondslag is gelegd dat de verklaringen van de verzochte getuigen belastend zijn voor verdachte en dat verdachte de tenlastegelegde belagingen en bedreiging betwist. Daarbij heeft het hof er niet blijk van gegeven te hebben nagegaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. In dat verband is van belang dat het hof geen overwegingen heeft gewijd aan het gewicht van de verklaring van de getuigen, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit (ii), en het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid (iii), terwijl uit het voorgaande blijkt dat het hof zijn oordeel omtrent de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt (i), ontoereikend heeft gemotiveerd. De enkele omstandigheid dat het hof in zijn beoordeling ook het stadium waarin het verzoek is gedaan in aanmerking heeft genomen, kan zonder nadere motivering niet tot een ander oordeel leiden. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken