Art. 264 Sv, Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De officier van justitie kan bij een met redenen omklede beslissing een door de verdachte of de voorzitter der rechtbank opgegeven getuige of deskundige weigeren te doen oproepen, indien hij:
a. het onaannemelijk acht dat de getuige of de deskundige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen;
b. van oordeel is dat de gezondheid of het welzijn van de getuige of deskundige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht, en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige of deskundige ter terechtzitting te kunnen ondervragen;
c. van oordeel is dat daardoor redelijkerwijs de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad.
2. De officier van justitie kan bij een met redenen omklede beslissing een door de verdachte of de voorzitter der rechtbank opgegeven getuige of deskundige weigeren te doen oproepen of weigeren een door de rechtbank gegeven bevel tot oproeping van de getuige ten uitvoer te leggen:
a. indien de getuige een bedreigde getuige is of een afgeschermde getuige wiens identiteit verborgen is gehouden, dan wel
b. indien de officier van justitie de getuige heeft toegezegd dat hij op geen andere wijze zal worden gehoord dan als bedreigde getuige of als afgeschermde getuige wiens identiteit verborgen wordt gehouden.
3. De weigering wordt onverwijld schriftelijk ter kennis gebracht van de rechtbank en de verdachte.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496
- HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1219
- HR 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1702
- HR 13 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1090
- Conclusie A-G Spronken 17 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:172
- Conclusie A-G Bleichrodt 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231
- Conclusie A-G Hofstee 26 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:662
- HR 30 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:2005
- HR 16 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL3964
- HR 22 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5977
- Conclusie A-G Bleichrodt 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:234
- HR 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6122
- Rb. Amsterdam 7 december 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:7273
- Conclusie A-G Spronken 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:569
- Conclusie A-G Spronken 17 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:582
- Conclusie A-G Machielse 7 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1364
- HR 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8843
- Conclusie A-G Keulen 26 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:840
- Conclusie A-G Keulen 5 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:669
- Conclusie A-G Frielink 11 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:467