Art. 110 Fw, Van de verificatie der schuldvorderingen
1. De indiening der schuldvorderingen geschiedt door of bij de curator door de overlegging ener rekening of andere schriftelijke verklaring, aangevende de aard en het bedrag der vordering, vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan, en van een opgave, of op voorrecht, pand, hypotheek of retentierecht aanspraak wordt gemaakt.
2. De schuldeisers zijn bevoegd van de curator een ontvangbewijs te vorderen.
3. Indien de curator een overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft gesloten die door de rechter verbindend is verklaard, kunnen de gerechtigden onder de overeenkomst die niet de in artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde mededeling hebben gedaan, hun vordering krachtens de overeenkomst uitsluitend indienen op de wijze als in deze overeenkomst is bepaald. De overeenkomst als bedoeld in de eerste zin voorziet in ieder geval in de mogelijkheid tot indiening van vorderingen met behulp van een elektronisch communicatiemiddel. In afwijking van artikel 907, zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek kan de overeenkomst als bedoeld in de eerste zin, bepalen dat een vordering vervalt indien een gerechtigde onder de overeenkomst deze vordering niet indient binnen een termijn van ten minste drie maanden na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de in artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn is verstreken. Op de vorderingen als bedoeld in de eerste zin, zijn de artikelen 128, 133 en 136 van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1294
- HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3464
- HR 2 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:112
- Conclusie A-G Snijders 1 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:554
- Conclusie A-G Frielink 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:25
- Conclusie A-G Assink 27 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:391
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786
- Conclusie A-G Knigge 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:979
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 april 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2115
- Rb. Rotterdam 6 februari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:824
- Rb. Rotterdam 1 september 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN9644
- Rb. Overijssel 9 september 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:4708
- Rb. Midden-Nederland 7 december 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:8716
- Rb. Gelderland 4 april 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1571
- Rb. Amsterdam 26 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1141
- Rb. Amsterdam 22 september 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:5634
- Rb. Amsterdam 4 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2660
- Conclusie A-G Paridaens 11 maart 2025, ECLI:NL:PHR:2025:313
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 3 mei 2024, ECLI:NL:PHR:2024:485
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2329