HR 21 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7805
Antilliaanse zaak. De keuze van factoren welke voor de strafoplegging van belang zijn te achten is voorbehouden aan de feitenrechter. Die keuze behoeft geen motivering. Wel dienen de factoren ter sprake te zijn gekomen op de terechtzitting (HR LJN AD4286). Dat verdachte heeft waargenomen dat zijn medeverdachte tijdens de overval een meisje verkrachtte valt niet af te leiden uit de gedingstukken zoals deze aan de HR ter kennis zijn gekomen. Die waarneming ligt ook niet besloten in ’s hofs uit de bewijsmiddelen blijkende vaststellingen dat verdachte direct na afloop van de overval aan een medeverdachte had verteld dat een meisje was verkracht en dat hij tijdens de overval een huilend meisje had zien langskomen met afgezakte bovenbroek en zichtbare onderbroek, gevolgd door een medeverdachte. In zoverre is de strafoplegging dan ook niet naar behoren met redenen omkleed.