HR 27 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:455
Gebondenheid gerecht na verwijzing aan eerdere beslissingen omtrent verzoeken tot horen getuigen en verrichten nader onderzoek van verwijzend gerecht bij toepassing van art. 62b RO. HR stelt voorop dat art. 46b en 62b RO verwijzing ter verdere behandeling van een zaak naar een andere Rb of een ander Hof mogelijk maken indien dat door de verwijzende Rb of het verwijzende Hof gewenst wordt geoordeeld gelet op betrokkenheid van het gerecht bij die zaak. Blijkens de wetsgeschiedenis strekt de verwijzingsbevoegdheid mede ertoe te waarborgen dat de behandeling van een zaak plaatsvindt door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. Gelet hierop dienen art. 46b en 62b RO, wat betreft de behandeling van strafzaken, aldus te worden uitgelegd dat na de verwijzing van de zaak ter verdere behandeling het onderzoek ttz. opnieuw wordt aanvangen en dat het gerecht na verwijzing niet is gebonden aan enige beslissing van het verwijzende gerecht. De uitdrukking ter "verdere" behandeling in art. 46b en 62b RO maakt duidelijk dat verwijzing ook mogelijk is na aanvang van het onderzoek ttz.. Het middel berust op de opvatting dat het Hof na verwijzing was gebonden aan de, voor de verwijzing naar dat Hof, door het verwijzende Hof gewezen beslissingen. Die opvatting vindt, in aanmerking genomen hetgeen de HR voorop heeft gesteld, geen steun in het recht. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl