Conclusie A-G Hofstee 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:753
Conclusie AG. Middel klaagt vanuit verschillende gezichtspunten over mankementen van het onderzoek ter terechtzitting. Proces-verbaal terechtzitting als enige kenbron van hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen. Niettemin klaarblijkelijk sprake van onjuistheid met betrekking tot de aanwezigheid van de verdachte? Was de verdachte aanwezig, zoals het proces-verbaal inhoudt, dan zouden diverse bij het onderzoek in acht te nemen vormen zijn verzuimd (o.a. recht op laatste woord). Was de verdachte, anders dan het proces-verbaal inhoudt, niet aanwezig maar uit anderen hoofde gedetineerd, dan dient de verdachte de mogelijkheid te krijgen om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. De AG geeft de HR in overweging de bestreden uitspraak hoe dan ook te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar het hof.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1142
- HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1934
- HR 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1965
- HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:788
- HR 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:560
- HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3224
- HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1128
- HR 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2240
- HR 12 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1239
- HR 20 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:89
- HR 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3042
- HR 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8984
- HR 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9179
- HR 22 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU1993
- HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163