HR 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:560

Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde. Hof heeft verstek verleend tegen niet verschenen verdachte. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Uit de aan de cassatieschriftuur gehechte stukken, te weten een “meldingsformulier inverzekeringstelling” in een andere zaak, een "vordering tot inbewaringstelling tevens een verzoek als bedoeld in art. 59a, lid 2, Sv", een p-v van "verhoor van verdachte" door RC en een "bevel tot bewaring", moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. behandeling van zijn zaak in h.b. i.v.m. een andere strafzaak was gedetineerd. ’s Hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ttz. voort te zetten, was achteraf bezien onjuist. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 16/06308.

De uitspraak op rechtspraak.nl