HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1128

Vrijwillig afstand van aanwezigheidsrecht? De HR stelt e.e.a. voorop m.b.t. het vermoeden dat een verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en de nochtans bestaande mogelijkheid dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het aanwezigheidsrecht van de verdachte tekort is gedaan. Uit het in cassatie overgelegde mutatierapport van de politie moet worden afgeleid dat verdachte zeer kort voor de aanvang van de tz. door de politie is "meegenomen" en ingesloten op het politiebureau, welke insluiting voortduurde t.t.v. de behandeling van de zaak door het Hof, terwijl verdachte aan de politie heeft meegedeeld "dat hij om 11.40 uur een zitting had". Dit brengt met zich dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. De HR tekent nog aan dat de onderhavige zaak verschilt van HR ECLI:NL:HR:2016:2240, waar het ging om een verdachte die al enkele weken gedetineerd was voordat de tz. plaatsvond, in welk geval kan worden aangenomen dat verdachte in voldoende mate in de gelegenheid is geweest een aanhoudingsverzoek te (doen) indienen. Volgt terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken