HR 20 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:89
Onjuiste verstekverlening. Geen afstand van aanwezigheidsrecht. Indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in een GBA, rechtsgeldig is betekend en verdachte noch zijn raadsman op de tz. is verschenen, kan de rechter - behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel - uitgaan van het vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. Nochtans bestaat de mogelijkheid dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen indien verdachte wegens ziekte is verhinderd op de tz. te verschijnen zonder dat dit de rechter bekend was. Uit de in cassatie overgelegde stukken moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. de behandeling van zijn strafzaak in h.b. in het ziekenhuis verbleef en om die reden verhinderd was op de tz. in h.b. te verschijnen, zodat ’s Hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en het ottz. voort te zetten, achteraf bezien, onjuist was.