Conclusie A-G Harteveld 21 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1606
Medeplegen van kraken, art. 138a Sr. 1. Uitleg "waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd" a.b.i. art. 138a.1 Sr bij opzegging gebruikersovereenkomst na voortgezet feitelijk gebruik. 2. Bewijsklachten ‘wederrechtelijk heeft vertoefd’ a.b.i. art. 138a.1 Sr. Ad 1. De opvatting dat van het beëindigen van het gebruik door de rechthebbende, a.b.i. art. 138a.1 Sr, eerst sprake is indien dat gebruik feitelijk tot een einde is gekomen en dat derhalve van zo een beëindigen geen sprake kan zijn in geval van voortgezet feitelijk gebruik na opzegging door de rechthebbende van een m.b.t. dat gebouw aangegane gebruiksovereenkomst, vindt geen steun in het recht. Ad 2. Middelen berusten in de kern op de opvatting dat van 'wederrechtelijk vertoeven' a.b.i. art. 138a.1 Sr eerst sprake kan zijn i.g.v. "wederrechtelijke ingebruikname na de beëindiging van het gebruik door de rechthebbende" en dat aldus "de feitelijke voortzetting van in aanvang rechtmatig gebruik" van de woning of het gebouw aan een bewezenverklaring van dit bestanddeel in de weg staat. Die opvatting is onjuist. Volgt verwerping. Samenhang met 16/05232; 16/05292 en 16/05312.
De uitspraak op rechtspraak.nl