HR 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4943

Huisvredebreuk. Art. 138 Sr beoogt het huisrecht van een ander, dat hij ontleent aan de feitelijke bewoning, te beschermen. Daarbij is niet van belang of die bewoning geschiedt krachtens enig recht. Daarom is onjuist de opvatting waarop verweer en middel berusten, namelijk dat de omstandigheid dat het gebruik van de woning door die ander onrechtmatig zou moeten worden geacht, meebrengt dat van “wederrechtelijk” binnendringen, a.b.i. in art. 138 Sr geen sprake kan zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen