HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1404

Huisvredebreuk. Woning “in gebruik” a.b.i. art. 138.1 Sr? Het Hof heeft geoordeeld dat het feitelijk gebruik door de aangeefster van de woning in het bijzonder kan worden afgeleid uit haar koop- en bruikleenovereenkomst m.b.t. de woning en de verklaring van aangeefster dat zij ongeveer elke dag bij de woning was en gesprekken voerde met een aannemer over een toekomstige verbouwing van de woning. Het op de door het Hof vastgestelde – in onderling verband en samenhang te beschouwen – omstandigheden gebaseerde oordeel dat de woning “in gebruik” was bij een ander a.b.i. art. 138.1 Sr, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, verweven als het is met de aan het Hof als feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval. AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen