Conclusie A-G Hofstee 14 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2296
Art. 285 Sr, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3659 en ECLI:NL:HR:1984:AC8252. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte twee sms-berichten naar X heeft verstuurd, inhoudende ‘Gezien SMS 28/04/2009 14:21 u. en het gebeuren gisteren in Breda, is jouw adres in België inmiddels doorgegeven aan twee v/m cliënten: zware jongens’ en ‘Gezien jouw bedreigingen heeft Y als instructie het waarschuwingsschot over te slaan en bij eerste gelegenheid gericht te vuren’. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat deze uitlatingen van verdachte bij X in redelijkheid de vrees konden doen ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. Dit, in aanmerking genomen de overige uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkende f & o niet onbegrijpelijke oordeel, behoeft geen nadere motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 11 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:533
- HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3625
- HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3626
- HR 22 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6177
- HR 22 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6181
- HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0096
- HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8642
- HR 10 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7081
- HR 15 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3495
- HR 7 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3659
- HR 29 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5710