HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3630
Art. 285 Sr, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3659 en ECLI:NL:HR:1984:AC8252. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte twee sms-berichten naar X heeft verstuurd, inhoudende ‘Gezien SMS 28/04/2009 14:21 u. en het gebeuren gisteren in Breda, is jouw adres in België inmiddels doorgegeven aan twee v/m cliënten: zware jongens’ en ‘Gezien jouw bedreigingen heeft Y als instructie het waarschuwingsschot over te slaan en bij eerste gelegenheid gericht te vuren’. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat deze uitlatingen van verdachte bij X in redelijkheid de vrees konden doen ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. Dit, in aanmerking genomen de overige uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkende f & o niet onbegrijpelijke oordeel, behoeft geen nadere motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl