HR 22 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6177
Bedreiging Wilders. Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen (vgl. HR LJN AT3659) en dat het opzet van verdachte daarop was gericht (vgl. HR NJ 1984/479). Het oordeel van het Hof dat de in de bewezenverklaring omschreven uitlatingen een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht opleveren geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl