HR 15 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3495

Belaging ex art. 285b Sr. 1. Voor de toepassing van art. 285b Sr is niet vereist dat de inbreuk op eens anders persoonlijke levenssfeer aanmerkelijk is. 2. De opvatting dat, willen gedragingen als belaging kunnen worden gekwalificeerd, sprake moet zijn van ‘ernstige emotionele gevolgen, enorme verstoring van het dagelijkse leven althans van zeer ingrijpende/diepgaande invloed op het persoonlijke leven en de vrijheid van het slachtoffer’ en dat die omstandigheden uit de bewijsvoering moeten blijken, vindt geen steun in het recht. Het effect van de gedragingen op het slachtoffer wordt aan objectieve maatstaven getoetst, wil er sprake zijn van belaging. 3. In aanmerking genomen hetgeen de bewijsmiddelen inhouden omtrent de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers heeft het hof tot de bewezenverklaring kunnen komen (verdachte schreef slachtoffer 2 in een periode van een jaar meerdere brieven). Het hof heeft de feiten terecht gekwalificeerd als belaging ex art. 285b Sr

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen