Conclusie A-G Bleichrodt 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1879
Witwassen en hawala-bankieren. ’s Hofs oordeel dat de geldbedragen die verdachte en zijn mededaders i.h.k.v. het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning hebben verworven en/of voorhanden hebben gehad en/of hebben overgedragen ‘daarmee’ van misdrijf afkomstig zijn, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Vermogensbestanddelen kunnen in beginsel slechts worden aangemerkt als ‘afkomstig (…) uit enig misdrijf’ i.d.z.v. art. 420 bis en 420quater Sr indien zij afkomstig zijn van een misdrijf gepleegd voorafgaand aan het verwerven en/of voorhanden hebben en/of het overdragen daarvan, terwijl de bewezenverklaring kennelijk niet ziet op de mogelijke opbrengst of verdiensten van het zonder vergunning i.h.k.v. het bedrijf van betaaldienstverlener handelen m.b.t. gelden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 17 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1444
- HR 27 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1237
- HR 20 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1164
- HR 20 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1180
- HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:693
- HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:714
- HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1559
- HR 8 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX6910
- HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0578
- HR 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4440
- HR 29 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI4736
- HR 7 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2774
- HR 21 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7805
- HR 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2124
- HR 7 januari 1986, ECLI:NL:HR:1986:AB9631