HR 5 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1694
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag en elektronische gegevensdragers onder klager t.z.v. verdenking van strafbare feiten in België. 1. Ongegrondverklaring klaagschrift t.a.v. inbeslaggenomen geldbedrag. 2. Ongegrondverklaring klaagschrift t.a.v. inbeslaggenomen gegevensdragers. Ad 1. HR herhaalt maatstaf die moet worden toegepast bij beoordeling van klaagschrift van beslagene gericht tegen ex art. 94 Sv gelegd beslag. Rb heeft haar oordeel dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag op het geldbedrag erop gegrond dat het gelet op de omstandigheden waaronder dat geldbedrag is aangetroffen, en op de verdenking t.z.v. van in België gepleegde strafbare feiten niet hoogst onwaarschijnlijk is dat m.b.t. dit geldbedrag t.z.t. een verbeurdverklaring dan wel een daarmee gelijk te stellen straf of maatregel door de strafrechter in België zal worden opgelegd. Dat oordeel getuigt, mede in aanmerking genomen dat het belang van strafvordering niet is beperkt tot het Nederlandse strafvorderlijke belang (vgl. ECLI:NL:HR:2016:385), niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Klacht behoeft gelet op beslissing van HR in ECLI:NL:HR:2019:1693, waarin cassatieberoep van klager in die zaak is verworpen, geen bespreking. Volgt verwerping. Samenhang met 18/00224 B en 18/00225 B.
De uitspraak op rechtspraak.nl