HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1932
Mishandeling (art. 300.1 Sr). Vordering benadeelde partij. Kon hof de vordering b.p. toewijzen voor wat betreft een materiële schadepost die voor het eerst in hoger beroep is gevorderd en belang bij klacht, nu niet is geklaagd over opgelegde schadevergoedingsmaatregel? O.g.v. art. 421.3 Sv kan, v.zv. de in eerste aanleg gevorderde schadevergoeding niet is toegewezen, b.p. zich in h.b. voegen binnen de grenzen van haar eerste vordering. De in deze wetsbepaling opgenomen beperking moet zo worden uitgelegd dat b.p in h.b. niet alsnog schadeposten mag opvoeren die in e.a. niet zijn opgevoerd en evenmin het bedrag van de in e.a. gevorderde schadevergoeding mag verhogen (vgl. HR:1998:ZD0945). ‘s Hofs oordeel dat de door b.p. voor het eerst in h.b. gevorderde ‘medische kosten’ voor toewijzing in aanmerking komen, is daarom onjuist. Een vernietiging door HR van beslissing van hof tot toewijzing van vordering b.p. voor wat betreft de gevorderde materiële schade laat echter de verplichting voor verdachte tot betaling van de voor hetzelfde feit en voor een gelijk bedrag opgelegde schadevergoedingsmaatregel in stand, nu klacht zich niet keert tegen de materiële verschuldigdheid van de schade (vgl. HR:2019:901). Daarom heeft verdachte onvoldoende belang bij klacht over de beslissing van hof m.b.t. de door b.p. voor het eerst in h.b. gevorderde medische kosten. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. belang.
De uitspraak op rechtspraak.nl