HR 11 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:843

Herziening. Niet voldoen aan vorderingen van politie (art. 2.2.3 APV Amsterdam 2008) en verstoren van openbare orde door deelneming aan samenscholing (art. 2.2.1 APV Amsterdam 2008) n.a.v. protestactie in 2011 in het kader van ontruiming van kraakpand. 1. Aanvraag is gebaseerd op de n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM (nr. 56896/17), waarin is vastgesteld dat strafrechtelijke vervolging en veroordeling als gevolg van zijn betrokkenheid bij protestactie gericht tegen ontruiming van kraakpand, een schending opleveren van recht op vrijheid van vreedzame vergadering a.b.i. 11 EVRM. Art. 457.1.b Sv. 2. Moet HR zaak zelf afdoen door OvJ n-o te verklaren in vervolging, nu feiten inmiddels zijn verjaard? Ad 1. Op Staat rust verplichting tot bieden van rechtsherstel indien EHRM schending van verdragsregel heeft vastgesteld. Dit rechtsherstel kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden d.m.v. herziening van strafzaak waarin die schending zich heeft voorgedaan (vgl. HR:2005:AS8858). De in art. 457.1.b Sv opgenomen grond strekt ertoe die mogelijkheid tot herziening te bieden. Vereist is dat herziening noodzakelijk is met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM. Gelet op de door EHRM vastgestelde schending van art. 11 EVRM is herziening noodzakelijk met het oog op rechtsherstel, waarbij dat in dit geval erin moet bestaan dat berechting opnieuw zal plaatsvinden. Ad 2. Opvatting dat bij gegrondverklaring de vraag naar verjaring van overtredingen aan de orde komt en dat bij beantwoording van die vraag de periode tussen het onherroepelijk worden van ‘s hofs arrest op 11-4-2017 en dag van uitspraak HR in deze herzieningszaak moet worden meegerekend, is onjuist. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:605 m.b.t. de uitzonderlijke mogelijkheid dat herziening leidt tot heropening van strafproces dat met onherroepelijke rechterlijke beslissing was afgerond. Als HR de herzieningsaanvraag ex art. 457.1.b of 457.1.c Sv gegrond acht en zaak niet zelf afdoet, zal hij ex art. 472 Sv zaak verwijzen naar hof. Die beslissing tast onherroepelijkheid van uitspraak waarvan herziening is gevraagd niet aan, omdat HR die uitspraak niet vernietigt. Hof zal ex art. 476.5 Sv en met inachtneming van arrest HR uitspraak doen. Als hof tot vernietiging overgaat, wordt in dezelfde uitspraak als waarin die vernietiging wordt uitgesproken, opnieuw recht gedaan. Na onherroepelijk worden van uitspraak komt geen betekenis toe aan wettelijke bepalingen over verjaring omdat geen recht tot strafvordering meer bestaat dat door verjaring zou kunnen vervallen (vgl. HR:2007:AZ3286). Ook op het moment dat hof na verwijzing ex art. 476.5 Sv opnieuw recht doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van onherroepelijke uitspraak, vinden die wettelijke bepalingen geen toepassing. Dat is niet anders als HR een herzieningsaanvraag gegrond acht en zaak zelf afdoet. Ook veroordelende uitspraak van EHRM tast niet onherroepelijkheid van onderliggende nationaalrechtelijke uitspraak aan, maar stelt schending van Verdragsrecht vast waarna het aan betreffende staat is om aan te geven op welke wijze adequaat rechtsherstel ex art. 41 EVRM zal worden geboden. Het voorgaande laat onverlet dat o.m. in art. 6 EVRM gewaarborgd recht op eerlijk proces (inclusief recht op behandeling van zaak binnen redelijke termijn) van toepassing is op het in art. 476 Sv bedoelde rechtsgeding. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. Vervolg op HR:2017:668 (strafzaak). Samenhang met 23/04612 H, 23/04609 H, 23/04591 H en 23/04590 H.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken