HR 27 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8858

Herziening na arrest EHRM waarin is vastgesteld dat art. 8 EVRM is geschonden in de procedure die tot de veroordeling van aanvrager heeft geleid. Gelet op de door het EHRM geconstateerde schending van art. 8 EVRM is herziening noodzakelijk met het oog op rechtsherstel. De aanvrage is dus in zoverre gegrond. Ingevolge art. 467.2 Sv doet de HR in een zodanig geval ofwel de zaak zelf af ofwel verwijst hij deze ex art. 461 Sv. De aanvrage strekt er in de eerste plaats toe dat de HR de OvJ alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn strafvervolging. Die stelling kan de HR niet bijtreden nu niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt en van zulk een geval te dezen niet kan worden gesproken. De aanvrager beroept zich tevergeefs op HR NJ 1996, 249. Nu het EHRM in zijn aan het voorbedoelde arrest voorafgaande beslissing de op schending van art. 6 EVRM betrekking hebbende klacht niet-ontvankelijk heeft verklaard na te hebben overwogen dat deze “manifestly ill-founded” is, kan niet gezegd worden dat een ernstige inbreuk is gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte, thans de aanvrager, aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. In aanmerking genomen dat in de procedure die heeft geleid tot het arrest waarvan herziening is gevraagd geen sprake is geweest van een schending van art. 6 EVRM en dat de inhoud van de telefoongesprekken niet tot het bewijs is gebezigd, bestaat geen grond om met het oog op rechtsherstel de zaak te verwijzen naar een ander hof. In het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de aard en ernst van het door het EHRM geconstateerde – onherstelbare – verzuim, dat is begaan in het voorbereidend onderzoek, zal de HR na gegrondverklaring van de aanvrage de zaak zelf afdoen. De HR vermindert de opgelegde geldboete van fl. 10.000,- tot € 4.000,- en past de duur van de vervangende hechtenis navenant aan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen