HR 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1884
Herziening. Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van oplichting (meermalen gepleegd), art. 326.1 Sr. Aanvraag is gebaseerd op de n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM (nr. 2205/16), waarin is vastgesteld dat art. 6.1 en 6.3.d EVRM zijn geschonden in procedure die tot veroordeling van aanvrager heeft geleid, nu aan hem geen effectieve en behoorlijke mogelijkheid is geboden om 7 getuigen te ondervragen die een voor aanvrager belastende verklaring hebben afgelegd en het die verklaringen voor bewijs zijn gebruikt. Art. 457.1.b Sv. Als grondslag voor herziening kan ex art. 457.1.b Sv slechts dienen een uitspraak van EHRM waarin is vastgesteld dat EVRM dan wel protocol bij dit verdrag is geschonden in procedure die tot veroordeling of veroordeling wegens hetzelfde feit heeft geleid, indien herziening noodzakelijk is met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM. Op Staat rust verplichting tot bieden van rechtsherstel als EHRM in uitspraak een schending van een verdragsregel heeft vastgesteld. Dit rechtsherstel kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden d.m.v. herziening van strafzaak waarin die schending zich heeft voorgedaan (vgl. HR:2005:AS8858). De in art. 457.1.b Sv opgenomen grond strekt ertoe die mogelijkheid tot herziening te bieden. Vereist is dat herziening noodzakelijk is met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM. Van die noodzaak kan sprake zijn in het geval dat de oorzaak van de schending gelegen is in beslissing van rechter om getuige niet te horen. Het rechtsherstel dat met herziening op de in art. 457.1.b Sv opgenomen grond wordt geboden, kan o.m. erin bestaan dat berechting opnieuw plaatsvindt. Die vorm van rechtsherstel komt in aanmerking als schending van verdragsregels betrekking heeft op eerlijk verloop van strafproces. Daarbij is voor de beantwoording van de vraag of herziening noodzakelijk is met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM niet van belang of bij het opnieuw berechten van zaak ook een andere uitkomst van strafzaak is te verwachten. Voor nieuwe berechting verwijst HR o.g.v. art. 472.1 Sv zaak naar hof a.b.i. art. 471.1 Sv. Dit hof kan (met inachtneming van arrest van HR) eerdere uitspraak handhaven dan wel met vernietiging van eerdere uitspraak recht doen. Gelet op de door EHRM vastgestelde schending van art. 6.1 en 6.3.d EVRM is herziening noodzakelijk met het oog op rechtsherstel, waarbij dat rechtsherstel i.c. erin moet bestaan dat berechting opnieuw zal plaatsvinden. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. Vervolg op HR:2015:4162.
De uitspraak op rechtspraak.nl