HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:632
Herziening. Verspreiden van kinderporno (meermalen gepleegd), art. 240b Sr. Aanvraag is gebaseerd op n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM, waarin is vastgesteld dat art. 6.1 en 6.3.c EVRM zijn geschonden in procedure die tot veroordeling heeft geleid, nu aan aanvrager rechtsbijstand tijdens politieverhoren is onthouden. Art. 457.1.b Sv. Op Staat rust verplichting tot bieden van rechtsherstel indien EHRM schending van verdragsregel heeft vastgesteld. Dit rechtsherstel kan geheel of gedeeltelijk i.h.k.v. met oog daarop gewijzigde herzieningsprocedure gestalte krijgen (vgl. ECLI:NL:HR:2005:AS8858). Naar oordeel HR is, gelet op door EHRM geconstateerde schending van art. 6.1 en 6.3.c EVRM, herziening noodzakelijk met oog op rechtsherstel. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. CAG gaat in op vraag of HR zaak bij wijze van herziening en met oog op noodzakelijk rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM zelf kan afdoen. Vervolg op ECLI:NL:HR:2014:3291.
De uitspraak op rechtspraak.nl