HR 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988
Vervolgingsuitlevering aan Turkije van persoon verdacht van deelneming aan PKK en daarmee samenhangende terroristische activiteiten toelaatbaar. 1. Dubbele strafbaarheid en toepasselijkheid commuun strafrecht naast humanitair oorlogsrecht art. 3 Geneefse Conventies en art. 6 WIM. 2. De feiten waarvoor de uitlevering is verzocht zijn geen absoluut politieke delicten. 3. De feiten waarvoor de uitlevering is verzocht zijn geen relatief of complex politieke delicten: Nederlands voorbehoud bij art. 13 EVT. 4. De onschuldbewering faalt nu niet is aangevoerd dat de opgeëiste persoon geen deel zou hebben uitgemaakt van (het bestuur van) de PKK. Ad 1. Onjuist is de opvatting dat in het geval van een intern gewapend conflict het humanitaire oorlogsrecht exclusief van toepassing is, zodat het commune strafrecht is uitgeschakeld. De strafbaarstelling van schendingen van het humanitaire oorlogsrecht in interne gewapende conflicten in art. 6 Wet internationale misdrijven (WIM), betekent niet dat deze handelingen niet (ook) naar het commune strafrecht strafbaar kunnen zijn en evenmin dat andere gedragingen die in verband met een intern gewapend conflict worden verricht, deswege niet ingevolge commuun strafrecht strafbaar kunnen zijn. Dat de in art. 289 en 303 Sr strafbaar gestelde gedragingen ook naar het recht van Turkije strafbaar zijn is van algemene bekendheid. Ad 2. De feiten waarvoor de uitlevering is gevraagd, zijn naar Nederlands recht strafbaar gesteld bij art. 140 jo. 289 en/of 303 Sr. Daarom is geen sprake van absoluut politieke delicten. Ad 3. De HR verwerpt het verweer dat sprake is van relatief of complex politieke delicten. Nederland heeft een voorbehoud gemaakt als bedoeld in art. 13 Europees verdrag tot bestrijding van het terrorisme (EVT) en zich daarmee het recht voorbehouden de uitlevering voor bepaalde feiten die behoren tot de in art. 1 EVT genoemde categorieën te weigeren in geval het deze beschouwt als politiek delict, een connex politiek delict of als een delict geïnspireerd door politieke motieven. De uitleveringsrechter moet beoordelen of bij onder art. 1 EVT vallende feiten sprake is van een politiek delict. Daarbij moeten de in art. 13 EVT genoemde gezichtspunten worden betrokken, waarin aspecten van het feit zijn genoemd die in het Nederlandse recht van ouds ook van belang zijn bij de beoordeling of sprake is van een relatief politiek delict. Voor het toekennen van overwegende betekenis aan het politieke aspect van een niet absoluut politiek delict is onder meer vereist, dat het delict in de redelijke voorstelling van de dader rechtstreeks tot het beoogde politieke einddoel kon leiden (HR NJ 1978, 315). Dit is door de verdediging niet aangevoerd en uit het onderzoek ter zitting ook niet gebleken. De HR overweegt dat de stelling onjuist is dat art. 1.e EVT aleen ziet op wapens die "in den blinde kunnen doden" dan wel op niet gerichte wijze worden gebruikt. De HR oordeelt dat, gelet op de aard van de gewelddadigheden en de wijze van uitvoering alsmede de gevolgen daarvan, niet kan worden gezegd dat het politieke aspect van het delict zwaarder weegt dan het gewelddadig-criminele karakter daarvan. Ad 4. De onschuldbewering treft geen doel nu door of namens de opgeëiste persoon niet is aangetoond dat zij niet schuldig kan zijn aan bedoelde feiten, zoals art. 26.3 UW eist. Weliswaar is aangevoerd dat de opgeëiste persoon zich niet kan hebben schuldig gemaakt aan de onderliggende feiten welke door de PKK zouden zijn begaan, doch niet dat de opgeëiste persoon in het tijdvak waarin deze feiten zijn begaan, geen deel zou hebben uitgemaakt van (het bestuur van) de PKK.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 47 Sr
- Artikel 93 Sr
- Artikel 108 Sr
- Artikel 140 Sr
- Artikel 284 Sr
- Artikel 287 Sr
- Artikel 289 Sr
- Artikel 303 Sr
- Artikel 10 UW
- Artikel 11 UW
- Artikel 26 UW
- Artikel 5 WIM
- Artikel 6 WIM
- Artikel 7 WIM
- Artikel 12 WIM
- Artikel 1 EVRM
- Artikel 3 EVRM
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 13 EVRM
- Artikel 13 Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme