Hof 's-Hertogenbosch 2 mei 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1329
In dit kort geding draait het om het verschoningsrecht. Dat is een fundamenteel rechtsbeginsel. Aan het verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, in beginsel moet wijken voor het algemeen maatschappelijk belang dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking moet kunnen wenden tot een verschoningsgerechtigde voor bijstand en advies. Het verschoningsrecht is niet absoluut. Een inbreuk hierop is mogelijk, mits deze bij wet is voorzien. Procedurele waarborgen moeten bewerkstelligen dat wordt voorkomen dat het verschoningsrecht in het gedrang komt door de concrete uitoefening van (opsporings)bevoegdheden. Of gegevens al dan niet onder het verschoningsrecht vallen, is in eerste instantie aan de verschoningsgerechtigde zelf. Bij verschil van inzicht is het de rechter die oordeelt. Het OM heeft in 2015 in deze zaak met toepassing van de opsporingsbevoegdheid uit artikel 126ng/ug Sv een grote hoeveelheid e-mailberichten van de verdachten via een e-mailprovider verkregen. Tussen deze e-mailberichten bevond zich ook correspondentie tussen verdachte(n) en advocaten. Het hof stelt vast dat het verschoningsrecht van de Advocaten op structurele wijze is geschonden. De Staat erkent dat er fouten zijn gemaakt, maar noemt deze incidenteel en per ongeluk gemaakt. Volgens de Staat is de huidige werkwijze die het OM hanteert in overeenstemming met de wet en is het verschoningsrecht voldoende gewaarborgd. Het komt het hof voor dat de uitleg van de Staat van artikel 126aa Sv niet kan worden gevolgd omdat die uitleg niet aansluit bij overige regelgeving en bij de jurisprudentie omtrent het verschoningsrecht. Bovendien biedt die uitleg onvoldoende waarborgen om te voorkomen dat het verschoningsrecht in het gedrang komt. Het hof zal hierover prejudiciële vragen stellen aan de Hoge Raad, omdat het hier gaat om een fundamenteel rechtsbeginsel en dit bij de uitoefening van opsporingsbevoegdheden door het OM van belang kan zijn in vele (lopende) strafzaken. Vanwege deze grote reikwijdte ziet het hof ook aanleiding om een voorlopige maatregel te treffen in afwachting van beantwoording van de vragen door de Hoge Raad. Met deze tijdelijke maatregel wordt de Staat geboden de selectie/filtering en beoordeling van gegevens die zijn verkregen met de opsporingsbevoegdheid van artikel 126ng/ug Sv aan de rechter-commissaris over te laten. Daarbij gaat het hof ervan uit dat gegevens die na selectie/filtering en beoordeling door de rechter-commissaris mogelijke geheimhoudersgegevens zijn, niet worden vrijgegeven, althans niet voordat de betrokken advocaat daarvoor toestemming heeft gegeven of daarover zijn oordeel heeft kunnen geven en op een eventueel bezwaar door de rechter onherroepelijk afwijzend is beslist.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1891
- HR 20 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1257
- Hof 's-Hertogenbosch 30 september 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2968
- HR 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:273
- HR 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:110
- HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3258
- HR 20 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3369
- HR 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5632
- HR 1 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9066