Hof Den Haag 7 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2109
In hoger beroep is in geschil of de navorderingsaanslagen en de vergrijpboeten terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Meer in het bijzonder is in geschil of: 1. er diverse beginselen zijn geschonden ten gevolge waarvan de navorderingsaanslagen en vergrijpboeten dienen te worden vernietigd; 2. de vereiste aangifte niet is gedaan en dientengevolge de bewijslast ten onrechte is omgekeerd; 3. de voordelen behaald met de aan- en verkoop van onroerende zaken ten onrechte in aanmerking zijn genomen bij de vaststelling van het belastbaar inkomen; 4. de voordelen inzake de huur en verhuur van woningen ten onrechte in aanmerking zijn genomen bij de vaststelling van het belastbaar inkomen; 5. de privé-stortingen ten onrechte zijn aangemerkt als afkomstig uit een – onbekende – bron van inkomen; 6. de betalingen voor goodwill ten onrechte niet in aanmerking zijn genomen bij de vaststelling van het belastbaar inkomen; 7. de overige correcties ten onrechte in aanmerking zijn genomen; 8. de boeten ten onrechte zijn opgelegd;
De uitspraak op rechtspraak.nl