Hof 's-Hertogenbosch 21 november 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BC3164
Op zichzelf bezien sluit de omstandigheid dat een belanghebbende zich pas na ommekomst van de aangifte- en betalingstermijn bewust wordt van het feit dat hij te weinig belasting op aangifte heeft betaald, niet uit dat hem opzet in de zin van artikel 67f, eerste lid, van de AWR kan worden verweten. Dit verwijt zou hem bijvoorbeeld kunnen worden gemaakt als hij na ontdekking van de fout opzettelijk onjuiste inlichtingen verstrekt aan de Inspecteur teneinde die fout te verbergen. Anderzijds echter kan de belanghebbende, aan wie geen inlichtingen zijn gevraagd, geen opzet in de hiervoor bedoelde zin worden verweten op grond van de enkele omstandigheid dat hij na ontdekking van de onjuistheid niet spontaan een suppletieaangifte heeft gedaan en een aanvullende betaling heeft verricht. Alhoewel het wettelijk systeem van heffing door middel van voldoening of afdracht op aangifte een betaling bovenop het bedrag van de aangifte niet uitsluit (HR 22 februari 1984, nr 21 979, BNB 1984/233 en HR 22 februari 1984, nr 22 238, BNB 1984/234) volgt uit dit wettelijke systeem niet, dat de belanghebbende tot een dergelijke - niet in de aangifte aangegeven - betaling verplicht is. Evenmin volgt uit het wettelijke systeem dat de belanghebbende buiten de reguliere aangifte gehouden zou zijn - of zelfs de mogelijkheid zou hebben [..] - een suppletieaangifte te doen. In het onderhavige geval doet de Inspecteur het door hem geuite verwijt van opzet steunen op de omstandigheid dat belanghebbende niet spontaan de onjuistheid van de reguliere aangiften en betalingen heeft gemeld en niet spontaan alsnog een aanvullende betaling heeft gedaan. Uit hetgeen in 4.2.2 is overwogen volgt dat de hiervoor bedoelde omstandigheid niet tot het oordeel kan leiden dat het aan de opzet van belanghebbende is te wijten dat te weinig belasting is betaald. Verder is gesteld noch gebleken dat aan belanghebbende omtrent die aangiften en betalingen inlichtingen zijn gevraagd waarop hij valselijk zou hebben geantwoord of dat hij anderszins opzettelijk onjuiste informatie zou hebben verstrekt of de juiste informatie zou hebben verzwegen.
De uitspraak op rechtspraak.nl