Hof 's-Hertogenbosch 11 augustus 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ8216

Belanghebbende heeft [..] een beroep gedaan op het bepaalde in artikel 6:11 van de Awb. Zij meent dat de termijnoverschrijding redelijkerwijs te verontschuldigen is nu de wetgever heeft verzuimd met betrekking tot de rechtsbescherming inzake suppletieaangiften een duidelijke status en rechtsingang in het leven te roepen, terwijl de realiteit van die aangiften niet in twijfel kan worden getrokken. De wetgever heeft, aldus belanghebbende, door de suppletieaangifte te aanvaarden een verwarrende situatie laten ontstaan die er niet toe mag leiden dat een tekort in de rechtsbescherming ontstaat. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd kan het oordeel, dat sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding, niet dragen. Het hof merkt daarbij op dat in de wettelijke bepalingen, zoals hiervoor ook is geoordeeld, niet is voorzien in een suppletieaangifte, zodat ook een regeling voor rechtsbescherming niet aan de orde is. De Inspecteur heeft voorts onweersproken gesteld dat, zo belasting verschuldigd is, een naheffingsaanslag en in principe ook een boete worden opgelegd, hetgeen erop duidt dat ook in praktische zin de suppletieaangifte niet wordt aanvaard als een (reguliere) aangifte. Tegen zo'n naheffingsaanslag staan de gebruikelijke rechtsmiddelen open.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen