Hof 's-Hertogenbosch 18 mei 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2196

Artikel 67f van de Awr. Art. 6 EVRM. Het Hof acht slechts voor een deel van de belasting die op aangifte had moeten worden voldaan opzet op de niet-betaling bewezen. De onderhavige boete heeft betrekking op het handelen of nalaten van belanghebbende ten tijde van het doen van de aangiften. Niet relevant is hetgeen belanghebbende heeft gedaan of nagelaten na het doen van de aangiften: het niet doen van een suppletieaangifte nadat de aangiften al zijn gedaan kan geen onderbouwing zijn van de boete. Het Hof acht een boete van € 60.000 passend en geboden. Het Hof ziet geen aanleiding om een eerdere matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn achterwege te laten. Een voortvarende behandeling van het hoger beroep kan de eerder geconstateerde spanning en frustratie vanwege de overschrijding van de redelijke termijn voor de periode tussen de kennisgeving van 19 januari 2015 tot aan de uitspraak van de Rechtbank, niet wegnemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken