Hof 's-Hertogenbosch 10 oktober 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BG9625
07-00257 Belanghebbende heeft op zijn balans een post te betalen loonheffing opgenomen, maar dient geen suppletieaangifte in. na controle wordt een naheffingsaanslag opgelegd, met een boete. Belanghebbende betwist de boete met de stelling dat een belastingschuld pas behoeft te worden betaald als er een naheffingsaanslag is opgelegd. Het Hof oordeelt, conform zijn uitspraak van 21 november 2007, nr. 06/00325, dat de wetgever pas sinds 1 januari 2006 een regeling in artikel 26a van de Wet loonbelasting heeft opgenomen, waarbij middels een correctiebericht inhoudingsplichtige in de gelegenheid worden gesteld om onjuiste aangiftes loonbelasting te herstellen. Het Hof vindt dat, met het opnemen van de betreffende post in de balans van de inhoudingspplichtige, belanghebbende alle informatie heeft verschaft die nodig was om tot een correcte heffing te komen en dat er geen sprak is van grove schuld. Het feit dat het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 ( BBBB) vermeldt dat het opnemen van een balanspost niet kan worden aangemerkt als het uitdrukkelijk kenbaar maken in de zin van het BBBB kan hier volgens het Hof iets aan afdoen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl