Hof Den Haag 14 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:391

Op inbeslaggenomen gegevensdrager staan behalve kinderpornografische gegevensbestanden niet-strafbare gegevensbestanden. Advocaat-generaal vordert onttrekking aan het verkeer. Verdachte verzoekt om kopie van specifieke selectie van niet-strafbare gegevensbestanden. Constaterend dat huidige wet geen grondslag kent om gegevens los te zien van de in beslag genomen gegevensdrager overweegt het hof dat vanuit alleen het nationale wetssysteem bezien geen andere beslissing zou kunnen worden genomen dan ongeclausuleerde onttrekking aan het verkeer. Gelet op artikel 8 EVRM en daarmee samenhangende uitspraken van het Europees Hof moet een verdachte evenwel zijn bezwaren tegen cq verzoeken t.a.v. een voorgestelde wijze van afdoening met betrekking tot een inbeslaggenomen gegevensdrager aan de strafrechter kunnen voorleggen. Derhalve acht het hof zich bevoegd om over het verzoek van de verdachte te oordelen. Het komt daarbij aan op een belangenafweging. In dat verband benoemt het hof een aantal relevante factoren. Na belangenafweging heeft het hof bij tussenarrest van 3 mei 2018 geoordeeld dat – kort gezegd – nader onderzoek diende plaats te vinden naar de vraag welke uitvoeringstechnische en personele consequenties uitvoering van het verzoek van de verdachte zouden hebben. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek heeft het hof beslist op het verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen