Rb. Midden-Nederland 3 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2691

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd. De verdachte is, nadat hij had geconstateerd dat het slachtoffer niet meer leefde, naar Frankrijk gevlucht en heeft meerdere (persoonlijke) goederen van het overleden slachtoffer uit de woning weggenomen, waaronder de pinpas en de telefoon van het overleden slachtoffer. Met de gestolen bankpas van het overleden slachtoffer heeft de verdachte meermalen gepind dan wel geprobeerd te pinnen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte voor het letsel en het overlijden van het slachtoffer niet geloofwaardig. Bovendien, en belangrijker nog, is de rechtbank van oordeel dat het scenario van de verdachte niet past binnen de bewijsmiddelen. Het beroep op noodweer(exces) slaagt niet. De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren en zes maanden, met aftrek van het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken